College 6 en 8: Ontwikkelingsfasen en beeldend probleem.
Drie kindertekeningen waarin de eerste ontwikkelingsfasen van het beeldend vermogen zichtbaar zijn:1. Amber de Jong, meisje van 4 jaar, geen opdracht.
Periode 1(1,8-4 jaar): Krabbelen en materiaalhantering en een beetje periode 2 (4-9,4 jaar): Overgang naar gecodeerde werkelijkheid.
Het kind ontdekt dat de grafische verrichtingen die het maakt van hem zijn en dat ze blijvend zijn. Plezier in ritmische bewegingen, krassen, lijnen tot gesloten figuurtjes.
Het begin van beeldend vormgeven: het kind gaat van vormen echte figuurtjes maken, zoals hier een poppetje met ogen, neus, mond en benen, een regenboog.
Te zien zijn o.a kenmerken zoals lijnen, wanordelijke plaatsing, eerste ordening, grootteverschil en een koppoter.
.jpg)
2. Isa Bom, meisje van 6 jaar, thema kermis.
Periode 2: Gecodeerde werkelijkheid. Er komen steeds meer details en toevoeging in gesuggereerde
beweging. Het kind benoemt vooraf wat het gaat tekenen, gaat steeds meer relaties leggen en kan figuren
bewust een plaats geven in de ruimte. Er is ordening, verschil in grootte en beleving te zien.
Kenmerken in deze tekening zijn: objectkleuren, overlapping en doorzichtigheid (poppetjes en sturen over en door de autootjes) en een grondlijn.
3. Koen Bom, jongen van 11 jaar, tekening over het schoolkamp ter afsluiting van groep 8.
Periode 3: Zichtbare werkelijkheid (9,4-15 jaar). Kinderen hebben een verlangen om wat ze met de ogen waarnemen ook zoveel mogelijk gelijkend vorm te geven. Veel details, vertellend tekenen, geen stukje van het papier blijft onbenut. Belangstelling voor perspectief en natekenen of overtrekken.
Het kind begint kritisch te worden ten opzichte van anderen en zichzelf en ook ten opzichte van zijn beeldend werk.
Kenmerken in deze tekening: herhaling motief (4 kinderen op badlakens onderaan), afzonderlijke plaatsing (kinderen die verschillende dingen doen over het blad verdeeld), meerdere grondlijnen, plattegrond (water, brug, luchtbed enz.), functionele kleuren (bruine boom, blauwe lucht, groen gras, kleding)
Beeldbeschouwing
Hieronder volgen enkele beeldbeschouwingsdialogen na het bekijken van afbeeldingen waarin vragen en antwoorden zijn gesteld met informatie van de 5 ontwikkelingsfasen van Parsons:
1. Associatie
2. Voorstelling
3. Expressie
4. Leerbaar
5. Eigen mening
O=Onderbouw
M= Middenbouw
B= Bovenbouw
O. Paarden in landschap van Franz Marc
Het zijn blauwe paarden die bij elkaar staan omdat ze het koud hebben. De paarden zijn mooi en knap geschilderd, misschien gaan ze zo springen. Er is ook rood in de bergen, net als in Marokko waar ik op vakantie was.
M. De leeuwentemmer Max Beckman
Een dompteur in een cirucuskooi die een leeuw een kunstje laat doen. De man ziet er sterk en stoer uit, zijn rug is bloot en gespierd en hij heeft zijn handen in zijn zij. De speer ziet er gevaarlijk uit en prikt bijna in de grote leeuw. De leeuw is bijna groter dan de dompteur en de schilder lijkt ook in de kooi te staan. Je ziet ook een leeuw op de grond die zijn bek opent en grote tanden heeft.
M. Jonge vrouw van Matisse
Een vrouw zit op een stoel met een open boekje op haar knie, haar elleboog leunt op de tafel naast haar. Ze heeft een lange jurk aan en er staan 2 vazen op de tafel met een wit tafelkleed net als bij mijn oma.
De vrouw lijkt stil of nadenkend, misschien wat droevig. Het lijkt een wat ouder schilderij: de vrouw heeft opgestoken haar en een ouderwetse lange jurk. De felle, primaire kleuren (rood, geel, blauw) en zwarte contourlijnen vallen op. De tafel is een beetje scheef en je ziet geen voeten van de vrouw, ze verdwijnen onder aan het schilderij.
O. Suprematist van Malivich
Je ziet strepen en vormen: vierkant, rechthoek en driehoeken. groot, klein, dik en dun. Rood en zwart, geel en 1 paarse! 1 Rechthoek is een beetje schuin en sommige zijn scheef, niet recht. Het lijkt een spoorbaan of een book met kleuren. Het paarse is een station.

M. Staand figuur,1947, Karel Appel
Op het eerste gezicht zie ik een houten staande figuur, wat lijkt op een dier maar staat op 2 poten. Het lijkt niet zo groot, ongeveer 50 cm en zou door een kind gemaakt kunnen zijn.
Voorstelling. Het is gemaakt van stukjes boomstam, er zitten spijkers boven zijn ogen en op zijn geslacht. Het doet me denken aan een Afikaans land omdat er zwarte strepen en tekens op staan en de figuur primitief lijkt.
Expressie. De houding van de figuur is rechtop, zijn armen en uitsteeksels op zijn hoofd staan omhoog en de uitdrukking is niet boos maar lijkt meer blij en speels. De ogen staan wijd uit elkaar.
Het zou een vruchtbaarheidsbeeldje of talisman/mascotte kunnen voorstellen of een gevoel kunnen weergeven en een sociale functie kunnen hebben bv. in een ander land. Het lijkt ook weer niet echt oud vanwege de spijkers en aparte vorm.
O. Fish, 1949 van Calder
Een vis met mooie glimmende stenen er in, lijkt op knikkers of stukjes glas en op het boekje van het mooiste visje van de zee. In zijn oog in zijn staart zitten rondjes. het is een tovervis, waar je doorheen kan kijken en die zweeft en zwemt. Hij heeft zijn bek open en hij is rood geel en blauw. Ik wil hem wel op mijn kamer hebben want ik hou van vissen.
B. People in the sun, 1960, Edward Hopper
Mensen zitten op stoelen in de zon in een heuvellandschap. Het is zonnig weer. Eén man zit achteraf en leest, de anderen (2 mannen en 2 vrouwen in pak en mooie kleren) zitten voor hem met hun gezichten naar de zon. Het landschap is wat glad en hetzelfde. Het is niet zo lang geleden, dit kun je aan de kleding zien. De man die leest lijkt in de schaduw van de anderen te zitten en valt op omdat hij linksonder in de hoek zit. De anderen lijken ergens naar te kijken of te wachten. Het zijn lichte kleuren, veel blauw en geel.
B. A bigger splash, 1967 David Hockney
Een zwembad met duikplank, zonnige bungalow met 2 smalle, lange palmbomen ernaast. Water in het zwembad spat op in het gladde blauwe water.
Er staat 1 stoeltje buiten. Je ziet geen mensen, wel een weerspiegeling van huizen en palmbomen in de ramen van de bungalow. Je ziet niet goed of het een schilderij of foto is en wat er in het water is gesprongen of gevallen. Of gegooid? Je vraagt je af wat de splash is en deze valt erg op naast de gladde, bijna abstracte, kubistische vormen en kleuren.
M. King en Queen, 1952, Henry Moore
Beeld van 2 figuren op een bankje zonder leuning. Ze zitten naast elkaar en hebben gekke hoofden en blote voeten. Ze zijn dun en je ziet niet goed of de ene een man is, want ze hebben lange rokken aan. De vrouw heeft borsten, de andere figuur is wat langer en breder en heeft een breder hoofd. De vrouw zit met haar handen op haar schoot, de andere met 1 hand op zijn bovenbeen, de ander op het bankje. Ze zitten kaarsrecht en lijken ergens naar te kijken of te zitten wachten. Ze zitten kaarsrecht en zijn dun.
M. Hond aan de lijn, 1912, Giacomo Baelo
Je ziet een zwart hondje heel snel rennen. Het is een tekkel, die hebben onze buren ook. Zijn staartje doet ook mee. Hij loopt aan een ketting die iemand vastheeft die naast hem loopt. Heeft de schilder het opgeplakt of een paar foto's achter elkaar gemaakt? Het valt op dat je vooral het hondje ziet en alleen een paar schoenen. Zijn ze aan het wandelen of gaan ze ergens heen?
B. Persistance of memory, Salvador Dali
Landschap aan zee met rotsen, een blok op de grond met een kale dode boom erop en klokken, die op verschillende tijden staan. Het lijkt niet en wel echt. De horloges hangen slap, alsof ze zijn gesmolten; er hangt er 1 over een tak, 1 over het blok en 1 over de grond over een wit vlak wat lijkt op een dood dier. Veel wit, bruin, blauw en rechtsonder veel donkere schaduw. De tijd lijkt voorbij of hangt te drogen. Er zijn geen mensen, alleen land en 1 insect boven de klok.













