zondag 24 november 2013

College 4

College 4: Beeldcultuur.



Een schilderij uit de klassieke periode: Portret van Giovanni Arnolfini (1434) en zijn vrouw door Jan van Eijck. Ik heb dit schilderij gekozen, omdat het mij op de middelbare school voor het eerst goed aan het denken en kijken zette. Ik vond het eerst lelijk en saai, maar de leraar liet ons beter kijken en raden waardoor je steeds meer details zag. Onderbouwing: zowel de mensen als de ruimte en voorwerpen zijn zo realistisch mogelijk afgebeeld. Het zijn rijke mensen, die het zich konden veroorloven om het portret te betalen. Dit is goed te zien aan hun kleding: de vrouw lijkt zwanger, maar in die tijd was de bolling bij de buik mode en getuigde het van rijkdom. Er is veel symboliek, zoals de spiegel, de kroonluchter die verwijzen naar Christus en de lijdensgeschiedenis, de uitgetrokken schoenen en het hondje verwijzen naar het heilig  sacrament van het huwelijk en trouw.


Praktijkopdracht:
Tableau Vivant naar aanleiding van een verhalend schilderij uit de klassieke periode.

Onze inspiratiebron is het origineel "De schepping van Adam" geschilderd rond 1511 (Italiaanse renaissance) door Michelangelo Buonarroti. Dit is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad, Rome.
Tableau Vivant: de foto boven is een postmoderne interpretatie (Vincent, Djani, Laurien en ik). God en Adam zijn groot. Adam bevindt zich op de aarde en vertegenwoordigt de mensheid. Hij heeft een nonchalante houding. De wereld is immers perfect. God vertegenwoordigt de Goddelijkheid, de engelen worden omgeven door een rode, warme kleur en lijken aan God te hangen. De Engelen zijn duidelijk gescheiden van de aarde. Er is dus een afstand tussen de hemel en de aarde. God en Adam staan wel heel dicht bij elkaar.
Reflectie: Na wat startproblemen doordat er geen internetverbinding was besloten we in sneltempo vanaf een mobieltje het schilderij te evenaren. We konden helaas geen plek vinden wat het hoogteverschil zou benadrukken. We hadden vrij snel een groter effect kunnen krijgen door Adam op de grond te plaatsen.
Korte feedback van Rebecca over deze foto:
Top: boks is mooie eigentijds beeld.
Tip: Compositie en standpunt camera kunnen versterkt worden, eveneens de aankleding van jullie.




College 2 en 3

College 2 en 3: Werkprocessen.

Opdracht 1: Maak in tweetallen (Saskia en ik) een auto die er snel uit ziet met zo veel mogelijk losse onderdelen en met een karakter van klei in 1 of meerdere kleuren.



Reflectie:
Bij nabeschouwing van de snelle auto per tweetal ander tweetal beoordeeld op: vorm: waardoor lijkt de auto zo snel? bv. glad/gestroomlijnd, laag bij de grond, waardoor heeft hij karakter en hoeveelheid losse onderdelen. Door middel van beoordelingsmatrix: 1 punt per onderdeel voor: voertuig, snelheid, onderdelen, karakter, flitsend.
De auto van ons had wel iets van karakter en enkele losse onderdelen, maar was niet erg glad en gestroomlijnd.


Opdracht 2: Maak met een ander groepje (dus met z'n vieren: Annemarie en Hanneke) een animatiefilmpje van een monsterrace met de twee auto's. Maak een race met een finish en een strijd of crash. 

Reflectie: Zit er snelheid in het racen? Zie je 3 scenes in het filmpje: start-race-finisch? Gaat de achtergrond voorbij en zie je strijd of is er een duidelijke crash?
Dit was bij ons niet helemaal gelukt, we gingen eerst teveel de auto's verplaatsen, terwijl het veel belangrijker bleek om de achtergrond te verplaatsen om de suggestie van snelheid en afstand te maken.




College 1

College 1: Lesfasenmodel.

Theorie
Kern van de les: Belang van lesfasenmodel voor een les beeldende vorming 

  • Onderscheid in receptie-productie-reflectie fase. 
  • sluit aan bij de belevingswerled van het kind.
  • Oriëntatie over wat je gaat maken aan de hand van beeld beschouwen en onderzoek naar beeldcultuur.
  • Wat is nodig in de productiefase aan materialen, vaardigheden en planning
  • reflectiefase. beschouwen en beoordelen resultaten, bijsturen/verbeteren lesfasenmodel. 
Verdieping/toelichting theorie wat is beeldcultuur en hoe kun je beeldbeschouwen?
(eigenlijk onderdeel van les 4, maar passend in deze les om dat het helpt om over beschouwing van beelden na te denken)
  • Beeldcultuur - Phoneblocks animatie en ronald koeman in hak-reclame filmpje brengen krachtig een boodschap over door gebruik van beelden of suggesties die herkenbaar zijn en ook een vorm van humor in zich hebben. 
  • Onderscheid tijdperken klassiek (tot 1860 bij ontstaan van fotografie was realisme niet meer nodig), modern(impressionisten- vangen van een gevoel in kleur en vorm, hoeft niet meer realistisch te zijn), postmodern (na 1960 door toename welvaart en de emancipatie. in de jaren zestig konden en gingen mensen zich meer met kunst bezig houden)
 Praktijkopdracht:

Lesopdracht: Maak een lesfasenplan

Onderwerp: Monsterlijke gezichten
Gemaakt door: Loes, Marianne, Madelon, Edmund                Datum: 26 september 2013
Voorbereiding
Context
Belevingswereld
-       Kinderen van groep 1 en 2 zijn ontvankelijk voor magie.
-       Ze kunnen ook bang zijn van monsters.
-        
Basisplan
Opdracht en randvoorwaarden
-       Eerst trek je in tweetallen op papier je de omtrek van je hoofd om.
-       Dan verdeel je het hoofd in 3 gebieden. Mond-neus-ogen
-       Dit gezicht mag je dan inkleuren met monsterlijke kleuren naar keuze
-       Dan mag je met restafval-materiaal dopjes flesjes pakjes mond neus en ogen maken.
-       Als maskers klaar zijn worden deze in de klas opgehangen en ruimen we op
-       Kringgesprek met beschouwing van eigen en andermans werk in groepjes.
Receptie
/Oriëntatie
Introduceren
Beeldcultuur
-       Gebruik een boek over monsters om het onderwerp te introduceren.
-       Verzamel via Google afbeeldingen van monsters afbeeldingen\
-       Praat erover. Laat kinderen vertellen wat ze weten, zodat duidelijk wordt wat bij dit onderwerp de belevingswereld is 
Beeldaspecten
-       Wat maakt een monster in zijn gezicht een monster. (Afwijkende formaten van neus, ogen, mond, onregelmatigheden, kleur, vorm)
Ontwikkelingsfasen
Informeren
Beeldbeschouwen
-       Wat maakt dat een gezicht eruit ziet als een monstergezicht. (Afwijkende formaten van neus, ogen, mond, onregelmatigheden
Instrueren
Beeldend Probleem
-       Het monster museum gaat een tentoonstelling organiseren, maar alle maskers zijn verdwenen en nu hebben ze zoveel mogelijke verschillende soorten monster maskers nodig
Productie
/Uitvoering
Observeren
Beeldend Vermogen
-       Kunnen kinderen uit de voeten met de opdracht of hebben ze een zetje nodig
Begeleiden
Werkprocessen
-       Is instructie op maat. Kunnen de kinderen de benodigde activiteiten uitvoeren en kunnen ze elkaar daarbij helpen. “hoe doet je buurman het”
Afronden
Tijdsmanagement
-       Opruimen spullen
Reflectie
/Nabeschouwing
Nabespreken
Reflecteren
-       Ophangen
-       Kinderen laten vertellen wat er opvalt
-       Ingaan op de opdracht en waar dit niet helemaal is opgevolgd uitzoeken waar dat door komt - op positieve manier.- (Bijvoorbeeld “”grappig dit monster heeft geen mond… dat is best lastig als hij gaat eten. Of is het een onzichtbare mond of eet ie door zijn ogen”)
Beoordelen
Beoordelingscriteria
-       Is instructie gevolgdà goed
-       Is instructie deels gevolgd àvoldoende
-       Is de instructie niet gevolgd à onvoldoende
Presenteren
Presentatievorm
-       In groepjes de kinderen een naam laten verzinnen voor hun maskers en deze per groep laten vertellen.
Evaluatie
Evalueren
Opdracht en randvoorwaarden
-       Op basis van bevindingen lesfasenmodel bijstellen. Meer tijd/minder tijd. Zaken al klaarzetten in plaats van zelf laten doen. Receptie fase voldoende?