vrijdag 3 januari 2014

College 6 en 8

College 6 en 8: Ontwikkelingsfasen en beeldend probleem.

Drie kindertekeningen waarin de eerste ontwikkelingsfasen van het beeldend vermogen zichtbaar zijn:

1. Amber de Jong, meisje van 4 jaar, geen opdracht.
Periode 1(1,8-4 jaar): Krabbelen en materiaalhantering en een beetje periode 2 (4-9,4 jaar): Overgang naar gecodeerde werkelijkheid.
Het kind ontdekt dat de grafische verrichtingen die het maakt van hem zijn en dat ze blijvend zijn. Plezier in ritmische bewegingen, krassen, lijnen tot gesloten figuurtjes.
Het begin van beeldend vormgeven: het kind gaat van vormen echte figuurtjes maken, zoals hier een poppetje met ogen, neus, mond en benen, een regenboog.
Te zien zijn o.a kenmerken zoals lijnen, wanordelijke plaatsing, eerste ordening, grootteverschil en een koppoter.





2. Isa Bom, meisje van 6 jaar, thema kermis.
Periode 2: Gecodeerde werkelijkheid. Er komen steeds meer details en toevoeging in gesuggereerde 
beweging. Het kind benoemt vooraf wat het gaat tekenen, gaat steeds meer relaties leggen en kan figuren 
bewust een plaats geven in de ruimte. Er is ordening, verschil in grootte en beleving te zien.
Kenmerken in deze tekening zijn: objectkleuren, overlapping en doorzichtigheid (poppetjes en sturen over en door de autootjes) en een grondlijn.


3. Koen Bom, jongen van 11 jaar, tekening over het schoolkamp ter afsluiting van groep 8.
Periode 3: Zichtbare werkelijkheid (9,4-15 jaar). Kinderen hebben een verlangen om wat ze met de ogen waarnemen ook zoveel mogelijk gelijkend vorm te geven. Veel details, vertellend tekenen, geen stukje van het papier blijft onbenut. Belangstelling voor perspectief en natekenen of overtrekken. 
Het kind begint kritisch te worden ten opzichte van anderen en zichzelf en ook ten opzichte van zijn beeldend werk.
                  
Kenmerken in deze tekening: herhaling motief (4 kinderen op badlakens onderaan), afzonderlijke      plaatsing (kinderen die verschillende dingen doen over het blad verdeeld), meerdere grondlijnen,        plattegrond (water, brug, luchtbed enz.), functionele kleuren (bruine boom, blauwe lucht, groen gras, kleding)                                                                                       






Beeldbeschouwing

Hieronder volgen enkele beeldbeschouwingsdialogen na het bekijken van afbeeldingen waarin vragen en antwoorden zijn gesteld met informatie van de 5 ontwikkelingsfasen van Parsons:
1. Associatie
2. Voorstelling
3. Expressie
4. Leerbaar
5. Eigen mening

O=Onderbouw
M= Middenbouw
B= Bovenbouw

O. Paarden in landschap van Franz Marc 
Het zijn blauwe paarden die bij elkaar staan omdat ze het koud hebben. De paarden zijn mooi en knap geschilderd, misschien gaan ze zo springen. Er is ook rood in de bergen, net als in Marokko waar ik op vakantie was. 


M. De leeuwentemmer Max Beckman
Een dompteur in een cirucuskooi die een leeuw een kunstje laat doen. De man ziet er sterk en stoer uit, zijn rug is bloot en gespierd en hij heeft zijn handen in zijn zij. De speer ziet er gevaarlijk uit en prikt bijna in de grote leeuw. De leeuw is bijna groter dan de dompteur en de schilder lijkt ook in de kooi te staan. Je ziet ook een leeuw op de grond die zijn bek opent en grote tanden heeft. 

M. Jonge vrouw van Matisse
Een vrouw zit op een stoel met een open boekje op haar knie, haar elleboog leunt op de tafel naast haar. Ze heeft een lange jurk aan en er staan 2 vazen op de tafel met een wit tafelkleed net als bij mijn oma.
De vrouw lijkt stil of nadenkend, misschien wat droevig. Het lijkt een wat ouder schilderij: de vrouw heeft opgestoken haar en een ouderwetse lange jurk. De felle, primaire kleuren (rood, geel, blauw) en zwarte contourlijnen vallen op. De tafel is een beetje scheef en je ziet geen voeten van de vrouw, ze verdwijnen onder aan het schilderij.

O. Suprematist van Malivich
Je ziet strepen en vormen: vierkant, rechthoek en driehoeken. groot, klein, dik en dun. Rood en zwart, geel en 1 paarse! 1 Rechthoek is een beetje schuin en sommige zijn scheef, niet recht. Het lijkt een spoorbaan of een book met kleuren. Het paarse is een station.



M. Staand figuur,1947, Karel Appel
Op het eerste gezicht zie ik een houten staande figuur, wat lijkt op een dier maar staat op 2 poten. Het lijkt niet zo groot, ongeveer 50 cm en zou door een kind gemaakt kunnen zijn.
Voorstelling. Het is gemaakt van stukjes boomstam, er zitten spijkers boven zijn ogen en op zijn geslacht. Het doet me denken aan een Afikaans land omdat er zwarte strepen en tekens op staan en de figuur primitief lijkt. 
Expressie. De houding van de figuur is rechtop, zijn armen en uitsteeksels op zijn hoofd staan omhoog en de uitdrukking is niet boos maar lijkt meer blij en speels. De ogen staan wijd uit elkaar.
Het zou een vruchtbaarheidsbeeldje of talisman/mascotte kunnen voorstellen of een gevoel kunnen weergeven en een sociale functie kunnen hebben bv. in een ander land. Het lijkt ook weer niet echt oud vanwege de spijkers en aparte vorm.

O. Fish, 1949 van Calder
Een vis met mooie glimmende stenen er in, lijkt op knikkers of stukjes glas en op het boekje van het mooiste visje van de zee. In zijn oog in zijn staart zitten rondjes. het is een tovervis, waar je doorheen kan kijken en die zweeft en zwemt. Hij heeft zijn bek open en hij is rood geel en blauw. Ik wil hem wel op mijn kamer hebben want ik hou van vissen.

B. People in the sun, 1960, Edward Hopper
Mensen zitten op stoelen in de zon in een heuvellandschap. Het is zonnig weer. Eén man zit achteraf en leest, de anderen (2 mannen en 2 vrouwen in pak en mooie kleren) zitten voor hem met hun gezichten naar de zon. Het landschap is wat glad en hetzelfde. Het is niet zo lang geleden, dit kun je aan de kleding zien. De man die leest lijkt in de schaduw van de anderen te zitten en valt op omdat hij linksonder in de hoek zit. De anderen lijken ergens naar te kijken of te wachten. Het zijn lichte kleuren, veel blauw en geel.

B. A bigger splash, 1967 David Hockney
Een zwembad met duikplank, zonnige bungalow met 2 smalle, lange palmbomen ernaast. Water in het zwembad spat op in het gladde blauwe water. 
Er staat 1 stoeltje buiten. Je ziet geen mensen, wel een weerspiegeling van huizen en palmbomen in de ramen van de bungalow. Je ziet niet goed of het een schilderij of foto is en wat er in het water is gesprongen of gevallen. Of gegooid? Je vraagt je af wat de splash is en deze valt erg op naast de gladde, bijna abstracte, kubistische vormen en kleuren. 

M. King en Queen, 1952, Henry Moore
Beeld van 2 figuren op een bankje zonder leuning. Ze zitten naast elkaar en hebben gekke hoofden en blote voeten. Ze zijn dun en je ziet niet goed of de ene een man is, want ze hebben lange rokken aan. De vrouw heeft borsten, de andere figuur is wat langer en breder en heeft een breder hoofd. De vrouw zit met haar handen op haar schoot, de andere met 1 hand op zijn bovenbeen, de ander op het bankje. Ze zitten kaarsrecht en lijken ergens naar te kijken of te zitten wachten. Ze zitten kaarsrecht en zijn dun.

M. Hond aan de lijn, 1912, Giacomo Baelo
Je ziet een zwart hondje heel snel rennen. Het is een tekkel, die hebben onze buren ook. Zijn staartje doet ook mee. Hij loopt aan een ketting die iemand vastheeft die naast hem loopt. Heeft de schilder het opgeplakt of een paar foto's achter elkaar gemaakt? Het valt op dat je vooral het hondje ziet en alleen een paar schoenen. Zijn ze aan het wandelen of gaan ze ergens heen?

B. Persistance of memory, Salvador Dali
Landschap aan zee met rotsen, een blok op de grond met een kale dode boom erop en klokken, die op verschillende tijden staan. Het lijkt niet en wel echt. De horloges hangen slap, alsof ze zijn gesmolten; er hangt er 1 over een tak, 1 over het blok en 1 over de grond over een wit vlak wat lijkt op een dood dier. Veel wit, bruin, blauw en rechtsonder veel donkere schaduw. De tijd lijkt voorbij of hangt te drogen. Er zijn geen mensen, alleen land en 1 insect boven de klok. 


donderdag 2 januari 2014

College 7

College 7: Beeldend probleem.

Lesopdracht: Maak een organische vruchtvorm.
Grijp in op de vorm om een tijdselement of andere omstandigheden zichtbaar te maken die de vorm verandert. Sporen van de oorzaak moeten zichtbaar zijn.
Technisch doel: Materiaal is klei: plat rollen, dubbelvouwen als een taco, dichtplakken en met een rietje voorzichtig opblazen, zodat een holle vorm ontstaat. Dmv kloppen de vorm glad maken.




Een mooie, gladde vrucht als symbool van de natuur wordt bruut door midden gezaagd door een felrode zaag met de tekst 'OK'


Beoordelingsmatrix

Onvoldoende
Voldoende
Goed
Score
Techniek
De vorm is niet keramisch (hol).

1 punt
Vorm is keramisch

2 punten
Vorm is keramisch en afwerking is ondersteunend

3 punten

3


Beeldaspect
Toegepaste beeldaspect versterkt basisidee te gering
1 punt
Toegepaste beeldaspect is voldoende ondersteunend
2 punten
Toegepaste beeldaspect is sterk ondersteunend en verrassend

3 punten
2
Orginaliteit en creativiteit
Vorm is saai en onduidelijk.
1 punt
Vorm is overtuigend in de keuze en weergave.
2 punten
Vorm is heel nieuw en laat een sterke interpretatie zien van de opdracht.

 4 punten
1







Eindopdracht: Stilleven-les voor groep 8


Lesfasenmodel

Het lesfasenmodel vormt de structuur van een les beeldende vorming.

Beoordelings
matrix

Onvoldoende
Voldoende
Goed
Score
Voorwerpen zijn zonder bedoeling en toelichting proces neergezet.

0 punten
Voorwerpen zijn met bedoeling en toelichting proces opgesteld.

1,5 punt
Voorwerpen zijn zorgvuldig en met ruime toelichting proces opgesteld.


3 punten




Er is geen gebruik gemaakt van licht, ruimte en kleur om de compositie te versterken.

0 punten


Er is gebruik gemaakt van licht, ruimte en kleur om de compositie te versterken.

1,5 punt

Er is goed gebruik gemaakt van licht, ruimte en kleur om de compositie te versterken.



3 punten

Eigen idee of toevoeging naast compostie zichtbaar


Er is geen eigen idee of toevoeging naast compositie zichtbaar.


0 punten 
Er is een eigen idee of toevoeging naast compositie zichtbaar.

1,5 punt
Eigen idee of toevoeging naast compositie is zeer goed zichtbaar en herkenbaar.

3 punten







Totaal punten
Procesfase
Docenttaak
Lesinhoud
Voorbereiding
Context
Belevingswereld:
- leerlingen hebben interesse in digitale middelen en reclame.
- leerlingen verlangen in naturalistische vormgeving iets van zichzelf naar voren te brengen en 'mooi' te maken.

Basisplan
Opdracht en randvoorwaarden:
Maak ieder een foto van een zelfgemaakt stilleven. 
Je bedenkt een eigen compositie met enkele voorwerpen die je van huis meeneemt.

Doelen
- Beeldend doel: leerlingen worden gestimuleerd om eigen ideeën vorm te geven en het creatief denken te ontwikkelen en te verwoorden.
- Technisch doel: leerlingen leren een compositie en licht -, vorm, -textuur, -en kleurcontrast in hun werk toe te passen.

Receptie
/Oriëntatie 4x15 min.
Introduceren
Beeldcultuur: 4 weken voor de uitvoering tonen:
- Filmpje bewegend stilleven, interactief schilderij
 www.vimeo.com/35109750
Hierna vragen stellen: wat zagen jullie? wat is een stilleven? wij kunnen dit technisch gezien niet, maar wat zou je aan een stilleven kunnen veranderen of toevoegen?

Tussendoor wekelijks enkele foto's en schilderijen laten zien en hierover praten of ll zelf stillevens laten zoeken op internet en deze op digibord laten presenteren.
- Foto's castingburo Catvertise -Volkskrant Magazine 23 november 2013,  p.43: dieren



Uitleg stilleven: een verzameling roerloze of levenloze dingen, al of niet opzettelijk in een bepaalde compositie geplaatst, of de afbeelding hiervan (schilderij, tekening, foto).

Beeldaspecten:
Compositie: ordening van vormen, lijnen en kleuren.

Alle beeldaspecten kunnen apart op compositie/ordening bekeken worden; zo kan je letten op: licht-donkerordening, ordening van kleur, ordening van ruimte, ordening van vormen.

Ontwikkelingsfasen:
Periode 3: Zicht op de werkelijkheid, ll willen de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk weergeven.








Informeren
(verspreid over de 4 weken)
Beeldbeschouwen: 
In het filmpje hebben jullie gezien dat er onlangs met de nieuwste techniek beweging in het stilleven was gebracht. In de foto's met stillevens waren dieren met sieraden en eten afgebeeld. We gaan nu kijken naar enkele stillevens van vroeger uit de klassieke periode, rond 1600.

theorie en voorbeelden stillevens op digibord tonen: 
http://plazilla.com/kunst-van-het-modern-schilderen-hoe-een-stilleven-schilderen





Beschouwingsvragen ter aanvulling op de theorie:
- Wat zie je? heb je zoiets al eens vaker gezien? Waar? Zie je verschillen, wat zou het voorstellen? (fase 1-2 Parsons)
- Krijg je er trek in? Word je er blij/verdrietig van? waarom? (fase 3)
-  Welk beeldaspect is het belangrijkste? Is er sprake van kleurcontrast? Welke? Kun je een patroon ontdekken in de vormen? Is dit ook een stilleven? Zijn alle dingen even belangrijk? Wat zou je wel/niet kunnen weghalen? (fase 4)
Wanneer is het gemaakt? Waar zie je dat aan? Wat zou de schilder hiermee bedoelen? Waarom denk je dat? (fase 5)


Een stilleven is een statische compositie.

Compositiegrondvormen zijn:
- Centraalcompositie: gegroepeerd rond een centrum.
- "Over all"-compositie: onderdelen zijn verspreid, gestrooid over het vlak.
- Diagonaalcompositie: richting. Alles staat van rechtsonder naar linksboven of van linksonder naar rechtsboven: suggereert actie.
- Driehoekscompositie: de onderdelen kunnen als het ware in een driehoek gesloten worden. 
- Een aantal horizontale lijnen: rust.
- (A)symmetrische composititie: (on)gelijkheid van links en rechts.

Begrippen als contrasten, lichtbron -en richting, kunstlicht, schaduw, textuur, verhouding, symmetrie, ruimte suggereren door het gebruik van overlapping, afsnijding, verhouding) noemen.

Instrueren
Beeldend Probleem: bedenk een verrassend element in je stilleven dat iets over jou zegt.

Bijvoorbeeld iets grappigs, iets wat je mooi of leuk vindt of wat je graag wilt laten zien.


Productie
/Uitvoering: 60 min.


Materiaal:
1 mobieltje met camera, zaklampen, 
1 digitale camera op statief, die om beurten gebruikt kan worden.
Er staan 4 tafels met onder -en achtergrond materialen tegen wand (verschillende stoffen, kleuren) en 4 verstelbare lampen .
Observeren
Beeldend Vermogen: 
Checken of ll voorwerpen mee hebben genomen. Degene die het vergeten zijn kunnen voorwerpen ter plekke bij elkaar zoeken in het lokaal of school. 

Kijken of en hoe ll. te werk gaan. 
Ll. die al klaar zijn een foto met mobieltje laten maken zodat zij weten hoe het stond en aangeven dat zij hun definitieve opstelling en foto's kunnen gaan maken. Herhalen dat iedere leerling 10 minuten de tijd heeft voor de foto (zelf timers aan laten zetten).
LL.die klaar zijn stimuleren om bij elkaar te kijken en eventueel te helpen. Zij kunnen ook een naam en eventueel tekst bedenken voor bij hun foto en dit op de computer zetten.

Begeleiden
Werkprocessen:
Leerlingen kunnen experimenteren met composities op hun tafel. Rondlopen en vragen stellen of suggesties geven. Herhalen van instucties die compositie kunnen versterken of ll. ze laten benoemen. 
En ll. die zelf geen ontwerp of idee hebben vragen stellen of een aanzet geven. Vertrouwen geven in eigen kunnen.
Geregeld kijken bij de eindcompositie en belang van ambachtelijk proces van belichting en voor/achtergrond benadrukken.

Afronden: na 55 minuten
Lokaal/tijdsmanagement:
Als alle ll. foto's hebben gemaakt 5 minuten van tevoren aangeven dat ll. op moeten ruimen: spullen in hun tas aan de kapstok, gebruikt materiaal in de bakken. Als er ll. nog niet klaar zijn kunnen zij evt. later of thuis nog een foto maken. 

Reflectie
/Nabeschouwing:

15 minuten
Nabespreken
Reflecteren:
Kort vragen hoe het ging en wat de ll. van de opdracht en van het werken vonden. Vertellen dat we de dag erna de presentatie houden.

Beoordelen
Beoordelingscriteria (rubric): zie hieronder

Presenteren (dag of week later)
Presentatievorm:
Foto's laten zien op digibord, na toestemming kinderen evt. ook aan ouders op ouderavond of uitprinten en ophangen na zelf maken van lijst of passe-partout.
Per foto kort bespreken, anderen laten verwoorden wat ze vinden, ll. eigen werk laten toelichten met naam en tekst en (zie beoordeling -later) laten vertellen over hun compositie; waarom hebben zij het zo neergezet?

Evaluatie
Evalueren
Opdracht en randvoorwaarden:
Het lesfasenmodel aanpassen na feedback van ll en ondervindingen tijdens de les. Eigen handelen en gedrag ll. beschrijven en onthouden wat goed ging.



College 5 en 6

College 5 en 6: vervolg Beeldaspecten.


FORMAT  BEELDASPECT   

 

Hoofdcategorie
 
Ruimte
Deelbegrip
 
Ruimte-uitbeelding
Afbeelding
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Korte
omschrijving
Van het begrip
 
 
 
Wijze waarop een vormgever (de illusie van) ruimte gebruikt. Dit resulteert in ruimtewerking van het werkstuk, wat in het tweedimensionale vlak op ruimtesuggestie neerkomt.
Hoe in de afbeelding
 
 
 
 
Ik gebruikte het statische gewei als ruimte voor een gespannen koord  en plaats hier een afbeelding van sporters in beweging. Daarnaast plakte ik 2 afbeeldingen van sporters die het gewei en de  kop van het hert gebruiken als spring en loopvlak.
Welk effect in de afbeelding
 
 
 
 
 
Hiermee suggereer ik een nieuw ruimteveld waardoor de illusie van beweging, actie en een ander beeld ontstaat.